Wapke Feenstra verkende in 2010 het Limburgse landschap en volgde de bewegingen van grondgebonden producten.

16 MAART – RIEMST – AARDAPPELTRANSPORT

Boer Coenegrachts schept met de vérreiker aardappelen uit de schuur. Hij keert, rijdt een stukje en kiept dan de aardappelen in de McCain-trailer. Chauffeur Gerard Mollet van Trans Pom let op de verdeling van de vracht. Het gaat naar het Franse Harnes. Na Luik komt de lading van 26 ton Markies-aardappelen even tot leven op de heuvelige snelweg. Dan via de A2 over de Franse grens. De Volvo wordt direct volgetankt. Gerard laat op zijn telefoonschermpje een Renault zien. Het is zijn vaste truck, maar die staat vandaag in de garage. Dit transport reikt tot aan de eerste parkeerplaats van McCain. Gerard koppelt de Volvo na twee aardappeltransporten los en rijdt naar huis. De trailer is nu van vele mannen. Er wordt gewogen, achteruit ingeparkeerd en snel een bak testaardappelen gepakt. Deze trailer – een onderlosser – kan via een schuifsysteem en een eigen transporteur alles rustig op de fabrieksbanden leggen. Het zal drie uur duren voordat alle Markiezen in de fabriek zijn verdwenen.

19 MAART IN DE OCHTEND - LOMMEL – BIJ SIBELCO OP DE ZANDZUIGER

Zandzuigers worden door Henri Boonen vooral vanuit een computer op kantoor gemanaged. Hij belt met de man aan boord, die daar ook achter een beeldscherm zit. Zuiger De Riebos lijkt net een cartooneske lome grazer, maar wegdromen is er niet bij, want de zuigbuis moet precies daar staan waar het juiste zand ligt. Met gemiddeld duizend ton zand per uur moet de buis vaak worden verplaatst. Vier katrollen met lieren bepalen de positie van De Riebos. Het lijkt een game, maar we bewegen echt en het water borrelt. De andere zuiger, De Reiger, heeft geen katrollen, maar schrijdt in een rechte lijn telkens drie meter naar voren. De Reiger is speciaal voor het talud. Henri gaat vanochtend met de pendelboot, alias tankboot, alias ijsbreker naar de twee zuigers. Aanmeren, varen en over de zeegroene dekken lopen terwijl de zon met de wolken speelt. Henri is geïnspireerd door ruim dertig jaar werken bij Sibelco, want in zijn vrije tijd beheert hij met zijn familie jachthaven Zilvermeer. Dat meer is een oude Sibelco-groeve en nu een natuur- en recreatiegebied in buurgemeente Mol.

19 MAART IN DE MIDDAG– SIBELCO-FABRIEK

Twee mannen in blauwe overalls kijken naar een scherm en zitten achter een bedieningspaneel: ze kijken via cijfers en kleuren hoe zand van humus wordt ontdaan, gespoeld, gewassen, vacuüm gezogen, gedroogd, getransporteerd en via het afstelbare laadpunt in de juiste silo wordt gestort. Het is het schone kwartszand dat na deze tocht overblijft. Er wordt onderweg alleen wat antischuimmiddel toegevoegd om er geen zeepsopfestijn van te maken. Klanten krijgen op het laadpunt precies wat ze willen, want zegt Jan Cuyvers, de bedrijfsleider: 'Ik ken de wensen van alle Europese glasfabrieken.' Hij lacht en nu ernstiger: 'Veel Europees glas komt van zand uit deze fabriek.' Met name het ijzer- en aluminiumoxidegehalte varieert per klant en dat wordt op maat gemengd en ingeladen. Als de installatie draait is het een hels kabaal. Je begrijpt dat hier geen rondleidingen worden gegeven. Voor de werkers die af en toe wel door de fabriek moeten, is er een eenvoudige noodrem aangelegd: een lang touw waaraan je kunt trekken om de fabriek in één keer stil te leggen.

24 MAART – RIEMST – AARDAPPELLAND

'Morgen gaan we de hele dag poten, maar vandaag wordt het land al voorbewerkt,' zegt Chris Coenegrachts per telefoon. Na het ploegen, eerder dit voorjaar, wordt vandaag met de rotoreg alles los en egaal gemaakt. Het weer werd de afgelopen dagen goed in de gaten gehouden, omdat er na de grondbewerkingen niet te veel regen mag komen. 'Maar omdat hier onder de leem een heel dik pakket löss zit, is de vochthuishouding in onze streek eigenlijk optimaal. Regen kan altijd wegzakken.'

25 MAART – RIEMST – AARDAPPELEN POTEN

Op deze zonnige lentedag lijkt het wel of alle boeren van Riemst hun velden bewerken. Ook bij Chris Coenegrachts is het druk. Zijn vader kiept de pootaardappelen in de laadbak. De boer strooit er wat poeder tegen lakschurft over. Twee mannen van het loonbedrijf zitten op de pootmachine. Af en toe springt er een op de vérreiker om de machine weer te vullen. Het zijn dikke poters. Daarom wordt de afstand op veertig centimeter gezet. Er komen per poter ongeveer twaalf aardappelen aan, die dan per kilo zeven tot twaalf cent opbrengen. Reken zelf maar uit hoe veel hectare nodig is om wat te verdienen. Na drie uur poten moet de machine bijgesteld worden. Moeren aandraaien en controleren of het allemaal nog lekker loopt. Ook tijd om een sigaret te roken. 'Dit is pas het begin,' volgens David van het loonbedrijf. Ze gaan de komende tijd veel poten. Op en neer de velden op, rechte teeltruggen leggen met tonnen pootaardappelen. En dan begint het wieden.

26 MAART– SONNISHEIDE – LAMMEREN VERKOPEN

Blatende lammeren en schapen hoor je al ver buiten de stal en dat geblaat vermengt zich met het gejank van een jonge bordercollie. De collie kan vanuit zijn kennel de klanten niet begroeten en het beestje is juist zo blij met elk bezoek. Johan Schouteden heeft een stal vol zuiglammeren, het gedroomde paaslam. En vrij van de paasgedachte eten ook moslims graag dit jonge lam. Want juist nu heeft zuiglam heerlijk zacht vlees en een goede smaak, omdat het lam al wat vast voedsel eet. Op Sonnisheide worden de lammeren nu dagelijks verkocht. De klanten laten onder toezicht de lammeren elders slachten. Ik praat met Salvatore Spina. Hij gaat paaslam eten volgens de traditie van zijn familie, die uit Sardinië komt. Johan laat hem zelf kiezen, 'maar zoek wel een ram uit,' zegt hij. Het is dit jaar belangrijk voor hem om ooien over te houden, omdat hij de kudde wil uitbreiden. Sonnisheide krijgt in 2011 extra heide voor begrazing. Salvatore wil een ram van ongeveer twintig kilo. Het is een gok, maar de ram wordt gewogen en weegt exact twintig kilo. Daar houd je ruim tien kilo aan over, weet de Sard uit ervaring.

4 APRIL – EERSTE PAASDAG – HET LAM

Salvatore Spina blijkt een Sardische herderszoon. Toen er een ziekte in de kudde kwam, is zijn vader op 32-jarige leeftijd naar Genk geëmigreerd om in de mijn van Winterslag te gaan werken. Het gezin ging mee. Hij was pas tien, maar herinnert zich de kudde op Sardinië nog goed. Vooral zijn verslag over het vakkundig slachten dat zijn vader deed is roerend. 'Als laatste gaan de poten eraf,' zegt hij. Ondertussen wordt dit Belgische lam met olie en wat zout in een echte houtoven klaargemaakt voor zijn familie. Het lam moet 's ochtends om tien uur de oven in om rond halftwee smeuïg op tafel te staan. Er komen steeds meer Sarden kijken hoe het met het paaslam gaat en boven wordt de tafel mooi gedekt.