nl | en steun ons

2019

Joep Vossebeld


Is het mogelijk als kunstenaar het oeuvre van een overleden kunstenaar voort te zetten, als een soort postume samenwerking? Kun je de grammatica van het werk van de ander leren met de juiste spelling, letten op klemtoon, accent en uitspraak? Deze vragen stelde Joep centraal in zijn project rond de Maastrichtse in 2014 overleden kunstenares Ine Schröder. Een project dat tot stand kwam in samenwerking met het Bonnefantenmuseum Maastricht en Maastricht University.

Veel van het werk van Schröder is verloren gegaan. Het waren vaak ruimtevullende installaties van alledaagse bouwmaterialen, die na afloop uit elkaar werden gehaald, om vervolgens gebruikt te worden in nieuwe werken. Behalve een grootschalige installatie van textiel, zijn er vooral kleine slordig gezaagde en ruw beschilderde bouwwerkjes overgebleven, die ze aan vrienden en kennissen gaf. Deze eigenaren passen al jaren met veel zorg op deze werken, ze hangen vaak centraal in huis, en vaak functioneren ze als een soort speel-object: ze lijken gemaakt om in de hand te worden gehouden. Ze getuigen van een lichtheid en daarmee van de positie van Schröder als kunstenaar: niet tegen de kunstwereld, maar een eigenzinnige positie waarin ze zich positioneerde op haar voorwaarden en omringde met vrienden en gelijkgestemden.

Hoe kun je hier als kunstenaar jaren later op verder bouwen? Door in hetzelfde materiaal en stijl nieuwe werken te maken? Of juist denkend vanuit de positie die Schröder innam? Maar brak Schröder haar werken wel echt af? Hergebruikte ze haar materialen, of werkte ze als een nomade die zijn nederzetting neerzet, aanpast aan de omgeving en weer vertrekt? Waar geen overbodige bagage is en intuïtie, lichtheid en toevalligheid een rol spelen. Staat op die manier de wereld niet vol met Ine Schröders en is het dan nog wel zinvol om hier werken (oftewel bagage) aan toe te voegen? “Reis licht,” zei Schröder. Vossebeld besloot om geen nieuwe werken te realiseren en de samenwerking zou moeten gaan over:

"Eenvoudige middelen die het wezen van ruimte en tijd willen doorgronden op zuiver intuïteve wijze, gebruikmakend van materiaal dat in de schuur en de lappenmand ligt opgeslagen: spullen die we gebruiken om ons leven ‘mee op te lappen’, aan te passen en vorm te geven.”
“Maar laten we vooral spreken (zonder ironie) over de kracht dat een kunstwerk kan hebben: Een gesprek tussen twee mensen, van elkaar gescheiden door tijd ruimte."

(citaten Joep Vossebeld)

Het Bonnefantenmuseum overweegt een aantal installaties uit de tentoonstelling aan de collectie toe te voegen. Installaties die gezien kunnen worden als een werk van Vossebeld of een postume samenwerking tussen Vossebeld en Schröder. Heeft Vossebeld dan toch werk geproduceerd?

De gehele tentoonstelling in het Bonnefantenmuseum was te bezoeken tot 26 mei, waarna nog een gedeelte van de tentoonstelling gepresenteerd wordt tot januari 2020. Het bijbehorende archiefboek Uncorrected Proof is alvast in herdruk en sinds 28 mei weer verkrijgbaar.

Curatoren Joep Vossebeld en Paula van den Bosch en met gastbijdragen van Charlotte Lagro, Sophie Johns en Gladys Zeevaarders.

CJ Mahony


CJ Mahony onderzoekt in haar praktijk stabiliteit, tijdelijkheid, de ervaring van ergens in ondergedompeld te worden en het nu-moment. Haar werk varieert van grootschalige interventies tot fragiele, beschouwende modellen en objecten. In haar installatiewerk onderzoekt ze het contrast tussen de dimensies van architectuur en de schaal van het menselijk lichaam. Via sculptuur en assemblage exploreert ze de onderlinge verhoudingen tussen objecten, tijd, macht en geheugen.

In een nieuw project in FLACC onderzoekt ze een aantal herinneringen uit haar kindertijd aan een (vermeende) verzameling stenen die zich op de zolder van haar ouderlijk huis bevond. Hoewel de herinnering heel levendig is, zou ze wel of niet echt kunnen zijn. Het project begon met het onderzoeken hoe herinneringen worden gevormd en veranderen doorheen de tijd. Het omvat de materiële en immateriële aspecten van (nep)stenen.

Er werd een nieuwe reeks objecten gevormd, waaronder keramiek, aquarellen, prenten, houten ‘stenen’, hars en andere materialen, en in steeds wisselende opstellingen geplaatst, die het vloeibare van herinneringen volgen. Langzaam verschoof de aandacht van een persoonlijke, concrete – hoewel subjectieve – herinnering naar meer inzicht in haar persoonlijke geschiedenis, hoe bepaalde handelingen haar leven hebben gevormd en haar werk hebben beïnvloed.

Of zoals Phoebe Blatton schrijft in haar tekst:

Nu sta je ‘in de deuropening en kijk je de kamer in. Er hangt een vreemd licht, dat uit een kier van het raam komt.’ Je beseft dat je al jaren kieren aanbrengt in ruimtes zodat het publiek er nooit echt goed binnen kon kijken. Klemmende deuren en ramen met schietgaten. ‘Huizen en ruimtes en het voorwerp en de opvoering van deze ruimtes die we bewonen en proberen na te leven, in te leven …’ Dit, zeg je, ‘zit in mijn hoofd’.