De meest interessante onmogelijkheid
Het reconstrueren van iets dat niet meer bestaat kun je op vele manieren doen. Je kan de archieven induiken en aan de hand van historische foto’s en documenten werken. Je kan ooggetuigen interviewen en hun verhalen en anekdotes gebruiken als leidraad. Je kan familieleden, partner of vrienden vragen naar de achterliggende motieven om zo tot ‘de oorsprong’ te komen. Of je kan natuurlijk al deze bronnen combineren om zo een alomvattend beeld te construeren: Hoe spreekt iemand, hoe loopt hij, wat gebeurde er in zijn jeugd en wat zijn iemands toekomstdromen, zodat je je als een acteur op een rol kan voorbereiden. Kun je een kunstenaarsoeuvre, of leven, herleiden tot een script?
Misschien is de ‘methode Pierre Menard’ wel de ultieme manier om tot een eigentijds variant te komen. Deze tragische schrijver uit het verhaal van Jorge Luis Borges heeft het ambitieuze plan om de ‘Don Quichot’ van Cervantes 300 jaar later opnieuw te schrijven. Exact letter voor letter dezelfde tekst, maar geheel vanuit zichzelf, zonder bronnen. De methode die hem eerst te binnen schiet is om letterlijk Cervantes te worden, dus: “Het Spaans goed beheersen, het katholieke geloof opnieuw omhelzen, oorlog voeren tegen de Moren of de Turk en de geschiedenis van Europa tussen 1602 en 1918 volledig vergeten” Hoewel Menard een tamelijk goede beheersing van het Spaans uit de 17de eeuw weet te verkrijgen, verwerpt hij deze methode als snel: ze is immers te gemakkelijk. “In de twintigste eeuw een populaire romanschrijver uit de zeventiende eeuw zijn, het leek hem een achteruitgang” Pierre Menard komt tot een opmerkelijke conclusie: “De hele onderneming was bij voorbaat onmogelijk en van alle onmogelijke middelen om haar tot een goed einde te brengen, was dit (de historische reconstructie) de minst interessante.”
Het is een intrigerende manier om met Menards oog naar het project te kijken. Als je er van uit gaat dat het reconstrueren van het verleden sowieso onmogelijk is, wat is dan van alle onmogelijke scenario’s het meest uitdagende scenario om te volgen? Het uitgangspunt van de tentoonstelling zou dan ‘de meest interessante onmogelijkheid’ worden. Waarin historische waarheid en nieuwe interpretaties even valide zijn. Of zoals zowel Cervantes al Pierre Menard in hun ‘Don Quichot schrijven: “De waarheid, die als moeder de geschiedenis heeft, rivale van de tijd, archief van alle daden, getuige van het verleden, voorbeeld en advies voor het heden, waarschuwing voor de toekomst.”

Tussenoplossingen
De lijst met de bestaande werken uit Ine Schröders oeuvre groeit met de week. Een jaar geleden werd de oogst nog op een stuk of 'twintig werkjes' geschat, dat groeide naar 'het kunnen er ook dertig zijn' en al snel gevolgd door 'minimaal vijftig'. Nu kunnen we met gerust hart zeggen dat het er 'sowieso zeventig' zijn. Zeventig overgebleven objecten op een oeuvre van enkele duizenden lijkt niet veel, en ook niet alle vondsten zijn even bruikbaar. Zo zijn de resten van een groot houten beeld teruggevonden bij een familielid, waar het op dit moment in gebruik is als bedbodem. Een deel van de ooit zo monumentale 'Tarkovski-installatie' leidt een tweede leven als televisie-meubel. Ook duiken er uitnodigingen en catalogussen op die lagen te verstoffen op de zolder van een inmiddels naar een Frans dorpje verhuisde galerist, of werden teruggevonden in een vergeten doos in inmiddels tot party-centrum verbouwd kunstenaarsinitiatief. Grijze foto's tonen de houten vloeren en kale muren waar Ine ooit worstelde met de opstelling van haar fragiele bouwsels en waar nu, zo stel ik me voor, uitzinnig wordt gedanst op bruiloften of vergaderd door de duivenmelkersvereniging.
Deze opeenvolging van levens is kenmerkend voor vele kunstruimtes, kunst is immers vaak de tussenoplossing tot een volgende 'definitieve bestemming'. Maar het is ook een kenmerk van Ine's werk. Het hout dat ze gebruikte kende vaak al vorige levens, verf en zaagsporen hintten op een bestaan als vloer, tuinhuisje of schutting voordat ze door Ine in een nieuwe samenhang werden gelijmd. Het blijken nu tussenoplossingen te zijn, sculpturen die even het daglicht zagen voordat ze een definitief bestaan kregen als bedbodem, televisiemeubel of nestkast voor koolmezen. Die laatste hebben we nog niet gevonden, maar het zou me niet verbazen.

De verzegelde tijd, kunstencentrum Signe Heerlen 1997. Ine Schröder en Gustaaf Begas