nl | en steun ons

Zoro Feigl, Tianji Zhao

Everlasting

Witter dan de eeuwige sneeuw op Mount Fuji bestaat niet. Dat topje poedersuiker inspireert al eeuwen de kunstenaars van Japan, met als hoogtepunt de reeks blokdrukprenten ‘Thirty-six views on Mount Fuji’ van Hiroshige. Maar niet alleen kunstenaars, ook toeristen zijn geroerd bij het zien van die berg. Busladingen vol bezoeken de berg en de nabijgelegen tempelcomplexen. Voor hen staan de ansichtkaarten al uitgestald, met op de achtergrond die berg en een lieflijk takje kersenbloesem als repoussoir. Die ansichtkaarten mogen kitscherig zijn, de berg zelf is zich van geen kwaad bewust. Die is gewoonweg zijn perfecte conische zelf.
De berg is karakteristiek Japans, haast een beeldmerk van dat land. Maar dat neemt niet weg dat die karakteristieke vorm universeel blijkt. In Genk is de terril van Zwartberg al net zo conisch. Hier is geen sprake van een natuurlijk verschijnsel, maar van menselijk handelen. De terril is ontstaan door het jarenlang verzamelen van restafval tijdens de mijnbouw. Het is industrieel erfgoed, in plaats van een oerromantisch, volmaakt gevormd natuurlijk element. Wat ook ontbreekt, is die eeuwige witte sneeuw.
En daarin wilde kunstenaarsduo Zoro Feigl en Tianji Zhao voorzien. Ze bedachten ‘Everlasting’, een wit bloeiend bloementapijt bovenop Zwartberg. De twee kunstenaars leerden elkaar in 2012 kennen in Beijing waar Feigl dat jaar deelnam aan een artist-in-residency programma. Het verliefde stel dwaalde, tijdens hun werkperiode in FLACC in de lente, door Genk om de omgeving te leren kennen. De bijna 200 meter hoge steenhopen vielen op in het landschap. Terwijl de bermen in bloei stonden, waren de terrils juist akelig kaal. Het uitzicht vanaf de top is prachtig, en toch leek het de beide kunstenaars alsof de bergen gehuld waren in een gevoel van verlies en melancholie.
Al mijmerend over de bergen, als symbool voor de afstand tussen beide kunstenaars, over het natuurlijke en het kunstmatige van de omgeving, hoe het natuurlijke door mensenhanden gemaakt kan worden, of wordt vernietigd en beïnvloed, kwamen ze met het idee om de bergtop wit te laten kleuren door een zee van madeliefjes, in het Latijn Bellis Perennis, Eeuwige Schoonheid.
“Bergen worden als heilig gezien, overal ter wereld”, legt Zhao uit via de mail. “Bergtoppen die tot in de hemel reiken, worden vereerd. We wilden een legende fabriceren voor Zwartberg, aangezien die terril het meest op een echte berg lijkt. De titel van het werk ‘Everlasting’ suggereert een verlangen naar tijdloosheid, naar het onmogelijke, het onvervulde verlangen. Het cyclische aspect van het werk spiegelt de opkomst en ondergang van de geschiedenis van het stadje, van de mijnindustrie tot de Ford fabriek, die binnenkort zal sluiten. Van hoop naar wanhoop.” En hopelijk weer terug.
Het veld vol madeliefjes moest aangevuld worden met andere, inheemse, witte bloemen vanwege praktische redenen: kamille en duizendblad hebben een grotere kans om daadwerkelijk wortel te schieten en uit te zaaien. Het wit van de bloemen op de bergtop roept als snel associaties op met reinheid, schoonheid en maagdelijkheid. Tegelijkertijd zijn ze ook ogentroost, een ode aan de donkere kanten van de recente geschiedenis. En er is een inherente overpeinzing: Feigl ziet een verband tussen de winning en het stoken van kolen, en de klimaatverandering, de stijging van temperaturen waardoor de eeuwige sneeuwkappen juist smelten en verdwijnen.
Zoro Feigl mag dan machinekunstenaar zijn, de materie waarmee hij werkt is intussen wel lichtvoetiger geworden, minder machinaal. Hij laat vliegers zwermen bijvoorbeeld. Dat gebeurde onder invloed van zijn verblijf in China, en zijn relatie met Zhao. Ze studeerde in Nederland in 2011 af aan de kunstacademie HKU in Utrecht, nadat ze eerder opleidingen in Amerika volgde. Haar werk bestaat uit ingrepen, vaak in de openbare ruimte, waarin ze poogt om in contact te komen met bewoners en voorbijgangers. Vaak zijn het subtiele aanpassingen met een prachtig effect. Ze laat gras groeien in spleten in het plaveisel, vangt flarden van gesprekken op in het theehuis, en boekstaaft ze, in een verlangen om een traditie niet te laten wegglippen, als het theehuis wordt afgebroken om plaats te maken voor een viaduct. Er gaat iets troostrijks van uit. Ze laat natuurlijke materialen spreken over ontwikkelingen die door de mens in gang zijn gezet. Er zit een mate van kritiek in, niet luid en duidelijk, maar als een visueel gedicht. Er is een zachtaardigheid, maar vergis je niet, met zachte kracht kaart ze gevoelige sociale en economische thema’s aan. Ze woont en werkt afwisselend in Beijing en Amsterdam. De vraag in hoeverre haar Chinese achtergrond een rol speelt, vindt ze niet interessant. Aspecten als achtergrond, identiteit en het gevoel ergens te horen, zijn enorm complex, ze veranderen continu in relatie tot plaats en tijd. Liever houdt ze zich bezig met de locatie waar ze zich bevindt: “Natuurlijk begin je op elke plek te werken met wat voorhanden is, terwijl je je het locale dialect probeert eigen te maken. Het is gemakkelijk om er in theoretische termen over te praten, maar uiteindelijk leven we alle in heterogene, conflicterende samenlevingen, vol invloeden van overal ter wereld.”
Samen met Feigl organiseerde ze in Beijing in 2012 de expositie ‘Sayizheng’. De tentoonstelling met tijdelijke ingrepen van zowel Chinese als buitenlandse kunstenaars vond plaats gedurende één nacht in een traditionele woonwijk, een hutong, in Beijing. Tianji Zhao zelf deed ook mee met haar werk ‘Fragrance Hills’, bestaande uit wierookstokjes die ze liet branden op een sloopafvalberg. Geur en licht zijn ongrijpbaar. Je houdt ze niet vast. Haar vervlietende ‘Fragrance Hills’ had een politieke betekenis die zich zachtjes uitte in slierten wierook. Ze wilde er de snelle sloop van de traditionele buurten die plaats maken voor enorme flatgebouwen mee aankaarten. Een van de bezoekers van de tijdelijke expositie op straat was een oude kunstenaar. Hij vertelde Feigl dat toen hij als jonge man deelnam aan een soortgelijke manifestatie, iedereen gearresteerd en weggevoerd werd door het regime.
De generatie Chinese kunstenaars van na 1980 wordt, vindt Zhao, verondersteld een nostalgische inborst te hebben. Zhao: “Dat valt te verklaren uit de drastische veranderingen waarvan we getuige zijn geweest, opgroeiend terwijl China grote economische veranderingen doormaakte. De veranderingen zijn niet alleen fysiek, maar betreffen ook leefstijl, perspectieven en waarden.” Hun werk is mijlenver verwijderd van de soms extreme kunstwerken waarmee de Chinese kunstenaars van de jaren negentig de musea in het westen stormenderhand innamen. In performances schuwden ze niet het eigen lijf te maltraiteren, bijvoorbeeld. Of ze protesteerden, zoals conceptueel kunstenaar Ai Wei Wei deed, die zijn middelvinger veelvuldig opstak tegen de wereld, tegen de macht, tegen alles en iedereen en dat op foto vastlegde. Ook filmde hij, dagen, weken, maandenlang het nieuwe Beijing, dat razendsnel uit de grond werd gestampt, terwijl traditionele buurten in hetzelfde moordende tempo werden gesloopt, en mensen uit hun huizen gezet. Die films hebben dezelfde boodschap als Zhao’s subtiele ingreep, maar ze missen de etherische schoonheid die zo kenmerkend is voor haar kunst.
Zhao: “Ik ben geraakt door de onverschilligheid ten aanzien van de mensen of plaatsen die zijn vergeten en verlaten. Dat voedt de cyclus van vernietiging en expansie, de fundamenten waarop het Beijing van nu wordt gebouwd. De hutongs zijn levendige omgevingen, meer dan elders in de stad. Zoro en ik initieerden ‘Sayizheng’, gefascineerd door de esthetiek van de hutongs, waar private en publieke ruimtes in elkaar overlopen. Voor een tweede editie van ‘Sayizheng’ vroegen we kunstenaars om contact te leggen met de bewoners, die niet specifiek in kunst geïnteresseerd waren. Op die manier bevroegen we de betekenis van de kunstcontext, buiten onze eigen comfortzone. Zo pogen we veranderingen te bewerkstelligen, waarbij communicatie en samenwerking enorm belangrijk zijn. Het zijn korte en plotse happenings, een strategie om de gevoelige publieke ruimte van Beijing te benaderen. Ik geloof dat kunst als tijdelijke ingreep het meeste effectief sorteert.”
Nee, Mount Fuji hadden Zoro en Tianji niet in gedachten, toen ze de top van de Zwartberg in Genk eeuwig wit wilden hebben, antwoordt ze op mijn vraag. De associatie vindt ze veelbetekenend op een ander vlak: “Of het nu de overeenkomst in vorm is, of het feit dat er een Aziatische kunstenaar bij betrokken is, ik ben vooral geïntrigeerd door de connectie die je legt, omdat het laat zien hoe onze culturen zijn vermengd. Een beeld kan ver reizen in zowel herinnering als verbeelding.”
In de kern doet ‘Everlasting’ denken aan land art: de kunststroming die op de golven van de conceptuele kunst met name in Amerika hoge ogen gooide: een kunstenaar doet een ingreep, plaatst objecten, graaft of blaast hele stukken land op om het vorm te geven. Veelal waren dat in de jaren zestig en zeventig potente mannelijke kunstenaars, gedreven onder meer door de behoefte zich te meten met de natuur. Maar er waren ook kunstenaars die een meer esoterisch doel hadden, onder wie James Turrell. Zijn kom- of koepelvormige ruimtes zijn bedoeld om middenin de wildernis een gevoel van verstilling en concentratie op te roepen. En hoewel Robert Smithsons projecten in de woestijn waren gemoeid met shovels en de verplaatsing van tonnen aarde en stenen, wilde hij het liefst dat uiteindelijk zijn ingrepen weer zouden opgaan in de natuur. Zo construeerde hij in het Great Salt Lake bij Utah in 1970 zijn ‘Spiral Jetty’, met het idee doel dat uiteindelijk de dam weer zou vervallen. Die ruimte voor het idee van vergankelijkheid klinkt sympathiek, omdat het ondanks het grote gebaar een bepaalde bescheidenheid heeft. Intussen wordt de Jetty regelmatig hersteld en dus zal er voorlopig geen sprake zijn van vergankelijkheid. Die land art kunstenaars, macho of niet, wisten toch vaak door hun handelen, door hun ingrijpen de zintuigen op scherp te zetten, je te dwingen de omgeving opnieuw te bekijken, te herinterpreteren. Dat effect heeft ‘Everlasting’ hopelijk ook, eens het gerealiseerd is. Het zal een kunstmatige ingreep in een kunstmatig landschap zijn, maar met de associatie van ongerepte natuurlijke schoonheid. Zo laten de kunstenaars zien dat natuur feitelijk een cultureel begrip is, het gevolg van menselijk handelen, zoals de terril dat zelf ook al is. Maar dankzij Feigl en Zhao verhuld als poëtisch wonder.

Zoro Feigl, Tianji Zhao

Everlasting

2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001