nl | en steun ons

Ben Meeuwis

De Smaak van Bree - Een participatieproject van Ben Meewis


Al tijdens zijn studies industriële vormgeving en filosofie raakte Ben Meewis (1968) geboeid door de raakvlakken tussen het denken, het creëren en het alledaagse handelen. Sindsdien werkt hij gestaag voort aan een eigenzinnig oeuvre dat zich niets aantrekt van de traditionele begrenzingen tussen disciplines als literatuur, wijsbegeerte, design en beeldende kunst. Meewis’ beelden, installaties, video’s, teksten en performances kaderen in wat hij een ‘onderzoek naar het statuut van het object’ noemt. Daarin gaat hij na wat nog de rol van het materiële object kan zijn in een wereld die steeds virtueler wordt en waarin informatie onze betrokkenheid op de materie dreigt te vervangen.

In 2005 nodigde de Stad Bree Ben Meewis uit om in het kader van een tentoonstelling een presentatie te
verzorgen rond het thema ‘smaak’. Meewis opteerde voor een artistiek participatieproject dat de oorspronkelijke uitdaging terugplooit op de stad zelf. Niet hij, maar de inwoners van deze gemeente zouden zelf gaan afbakenen wat ‘de smaak van Bree’ is. Met dat doel voor ogen organiseerde de kunstenaar een zogenaamde hysterische provocatie. Via een website, publicaties in diverse media en persoonlijke contacten werden de inwoners aangespoord om zelf digitale foto’s te maken en deze naar hem te mailen. Deze foto’s werden vervolgens samengebracht in een ‘Breese smaakbibliotheek’: een doos met twee beeldatlassen. FLACC ondersteunde als werkplaats de realisatie van deze boeken die tijdens een drie dagen durend evenement in het voormalige klooster in Bree aan het publiek werden gepresenteerd.
In een interview dat werd opgetekend op 26 augustus 2005 gaf Ben Meewis meer tekst en uitleg over het project dat de titel De Smaak van Bree meekreeg. Vanwaar die nadruk op participatie door het publiek? “Blijkbaar verwacht men van een kunstenaar dat hij de waarheid in pacht heeft. Je wordt verondersteld om een hapklare brok te produceren die zonder problemen geconsumeerd kan worden. Of je rol wordt beperkt tot het illustreren van een verhaal dat een of andere curator – of erger nog: een bureau voor citymarketing – bedacht heeft. Daartegen wil ik reageren door te zeggen: bekijken jullie het zelf maar eens! Wie ben ik tenslotte om uit te maken wat ‘de smaak van Bree’ is?”

Het project van Ben Meewis gaat ook uit van een aantal filosofische vooronderstellingen. Zo ziet hij net als het gros van de hedendaagse filosofen – de werkelijkheid niet als een kant-en-klaar gegeven. De werkelijkheid, of in elk geval de voor ons betekenisvolle werkelijkheid, is een constructie. We stichten zelf betekenis door onze omgang met de wereld.
“Een boer die vier palen in de grond slaat en daarmee een stuk grond afbakent, schept door deze fysieke handeling een wei of akker. Hij maakt het verschil. Iets dergelijks wil ik ook bij de deelnemers aan het project in Bree bereiken. In plaats van hen de passieve rol van toeschouwer en consument op te dringen, creëer ik een situatie waarin zij door actief te handelen hun eigen concept van smaak kunnen ontwikkelen of bijstellen.”

Het bleek nog niet zo eenvoudig om mensen tot actie aan te zetten.
“Passief consumeren is nu eenmaal de regel geworden. Er is heel wat voor nodig om die houding te
doorbreken. Daarom neem ik mijn toevlucht tot wat ik ‘hysterische provocatie’ noem. Ik stel een vraag
waarop er geen pasklaar antwoord bestaat. Wat is smaak? Wat is de smaak van Bree? De normale opvattingen en definities gaan daardoor aan het wankelen. Er ontstaat een leegte die een zekere wrijving of irritatie teweegbrengt. Juist door die wrijving ga je misschien beseffen dat je door te handelen zelf betekenis kan produceren. Vergelijk het met een opdrachtsituatie
in het kunstonderwijs. De docent kan niet precies zeggen wat hij van de studenten verwacht, want dan zou hij hun creativiteit in de kiem smoren. Daarom stelt hij een vraag waar geen antwoord
op bestaat. Zo lokt hij een reactie uit waarvan hij de uitkomst niet kan voorzien. Hij kan nu eenmaal
niet zeggen ‘kom en verleid mij met je werk’, maar daar komt het in feite wel op neer.”

Termen als ‘hysterische provocatie’ en ‘wrijving’ klinken nogal agressief. In de concrete uitwerking van het project was daar echter niet veel van te merken. Dreigde het project niet veeleer op onverschilligheid te stuiten?
“Vroeger kon je nog van je sokken geblazen worden door de kunst zelf, maar dat is verleden tijd. Ik wil dan ook niet provoceren om te provoceren. De vormgeving van het project heb ik bewust heel minimaal gehouden. Een al te nadrukkelijke vorm zou de vrijheid van de deelnemers in de weg staan. Het is niet de bedoeling om hen in een bepaalde richting te sturen. Ik probeer een open situatie te creëren waarin ze zelf actief het begrip ‘smaak’ afbakenen. Daarom is er ook geen prijs voor de mooiste foto of zo. Dan zou men waarschijnlijk alleen maar foto’s maken waarvan men denkt dat ik ze goed zal vinden. De deelnemers kunnen niets winnen, behalve dat ze eventueel kunstenaar worden.”
“Met ‘wrijving’ bedoel ik dat je gedwongen wordt om zaken nog eens opnieuw lichamelijk te ondergaan,
dat je de beleving van je eigen lichaam inschakelt. Dat is in deze tijd bijna onmogelijk geworden. De werkelijkheid zelf wordt alsmaar virtueler. Steeds meer dingen functioneren nog louter als virtuele tekens. De materiële laag wordt nauwelijks nog waargenomen. Zelfs als we obsessief met ons lichaam bezig zijn, bijvoorbeeld in een fitnesscentrum, wordt het lichaam vooral opgevat als een teken van iets anders: gezondheid, sociale status of noem maar op.”

Meewis lanceerde zijn oproep tot participatie via een website, de deelnemers reageerden met digitale foto’s. Het project kwam dus voor een groot stuk tot stand in een virtuele wereld van bits en bytes. Toch hechtte de kunstenaar er veel belang aan dat het project een concrete materiële vorm kreeg. De foto’s van de deelnemers werden afgedrukt in twee boeken op formaat A4 en opgeborgen in een speciale
doos.
“Enerzijds wil ik vooral een situatie creëren, een betekenisproces in gang zetten. Maar anderzijds is het ook belangrijk om iets materieels over te houden. Deze boeken beschouw ik niet als de definitieve vorm van het project, maar veeleer als iets waar verder aan gewerkt kan worden. Iets dat als uitgangspunt kan dienen om het proces van betekenisvorming verder te zetten. Door de concrete vorm krijgt het project een lichaam. Het wordt dus kwetsbaar, er is kritiek mogelijk. Er is een fysieke impact. Stel dat het project louter virtueel zou blijven en dus enkel op het internet zou bestaan. Dan is het heel gemakkelijk om het totaal te negeren, of om het te recupereren voor een andere zaak. Als er één conclusie kan getrokken worden uit mijn onderzoek naar het statuut van het object is het deze wel: hoe virtueler het object, des te minder weerstand of wrijving het kan oproepen.”

Peter Pollers

Ben Meeuwis

De Smaak van Bree - Een participatieproject van Ben Meewis

2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001