nl | en steun ons

2018

Opening Camionetjes opgraven, David Bade & Tirzo Martha

Schepen van cultuur Anniek Nagels, C-mine cultuurcentrum, FLACC en de dienst cultuur van de stad Genk nodigen u vriendelijk uit voor de opening van de tentoonstelling van David Bade en Tirzo Martha op zondag 28 januari 2018 om 15.00 in C-mine cultuurcentrum.

David Bade en Tirzo Martha zijn twee Nederlandse/Curaçaose kunstenaars die met hun Instituto Bueno Bista, een kunstenplatform en -opleiding op Curaçao, neerstrijken in de galerie van C-mine. Hun vaak maatschappijkritisch en geëngageerd werk wordt gecombineerd met een open atelier, waarin het werk dat ze in 2017 en 2018 in Sledderlo deden en doen met de bewoners ook een plaats krijgt. Deze twee bijzondere kunstenaars maken twee maanden lang van de galerie een broedplaats van talent in rechtstreekse verbinding met de rest van de stad.

De tentoonstelling is gratis toegankelijk van 29 januari tot en met 18 maart, van 10 tot 17 uur en één uur voor en na de voorstellingen. Voor meer info over bijzondere evenementen tijdens de tentoonstelling kunt u terecht op www.c-minecultuurcentrum.be.

De tentoonstelling is een samenwerking tussen het C-mine cultuurcentrum en FLACC en kwam tot stand met de steun van de Vlaamse Gemeenschap en het Mondriaan Fonds.

Nick Geboers


Nick Geboers (1987) woont en werkt in Balen, België. In 2012 behaalde hij zijn Bachelor in fotografie aan de Sint-Lukas Hogeschool voor Kunst en Wetenschap te Brussel. Daarna behaalde hij zijn Master in de Beeldende Kunsten Fotografie aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen in 2014. Momenteel werkt hij aan het onderzoeksproject How To Hunt With The Camera van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen met de steun van FLACC.

Gefascineerd door de rijke geschiedenis van het fotografisch medium exploreert Geboers deze van het functionele tot het esthetische. In de eerste plaats is hij een beeldenmaker die een uitgebreid scala aan fotografische instrumenten en technieken aanwendt. Hij is ook een verzamelaar van negatieven die ooit werden gemaakt voor wetenschappelijke of beschrijvende doeleinden, maar die nu - wanneer hun context is verdwenen - raadselachtige artefacten zijn.
Nick Geboers combineert zijn eigen foto's met gevonden beelden in visuele constellaties die een brede waaier van mogelijke lezingen oproepen. Diverse fotografische tradities en hun visuele specificiteit suggereren verschillende verhalen. Door te balanceren tussen de positie van archeoloog en beeldend kunstenaar begeeft hij zich in een vrije ruimte tussen de harde en de zachte wetenschappen, in de hoop concrete feiten en poëtische waarheden aan het licht te brengen.

How To Hunt With The Camera verwijst naar een in 1926 door William Nesbit gepubliceerd boek. In zijn inleiding beschrijft de auteur een dag uit zijn jeugd, die hij doorbracht op de boerderij van zijn grootvader. Op deze bepaalde dag schoot hij twee eenden. De eerste was meteen een voltreffer. De tweede eend vloog weg, maar toen hij merkte dat zijn/haar partner gekwetst was, kwam deze laatste terug om hulp te bieden. Dit kwam de jager goed uit en schoot de tweede eend. Later in zijn leven begreep de auteur dat de eend medelijden en trouw had getoond. Telkens wanneer William Nesbit zich deze gebeurtenis herinnert, betreurt hij dat hij beide eenden heeft gedood. Aan het einde van deze introductie stelt hij voor om vuurwapens in te ruilen voor camera’s. Het boek beschrijft op verrassend veel manieren hoe de camera kan worden gebruikt om de natuur te fotograferen. Vandaag, na bijna 100 jaar technologische en visuele vooruitgang, is How To Hunt With The Camera nog steeds een bron van inspiratie.

Eén camera waar Nick Geboers in het bijzonder in is geïnteresseerd is de Fernkamera 3M*: een militair apparaat ontwikkeld tijdens WOI. De meest bijzondere eigenschap is het objectief dat een brandpuntsafstand van drie meter heeft. Hierdoor kon men strategische punten tot op een afstand van 20 km ver observeren. Het toestel werd uitsluitend gebruikt door het leger, wat maakt dat andere beeldtoepassingen van deze grootformaat-camera geheel onontgonnen zijn. Door een dergelijk instrument te ontleden, te reconstrueren en te gebruiken wil Nick Geboers de complexe relatie tussen bediener, apparaat en onderwerp onderzoeken.

*Carl Zeiss Jena begon in 1914 aan het ontwerp van de lens en de behuizing. Na de Eerste Wereldoorlog, na het verdrag van Versailles, was het Duitsland niet langer toegestaan om militaire uitrusting te produceren. Om deze wet te omzeilen, stichtte Carl Zeiss Jena het dochterbedrijf Nedinsco (Nederlandse Instrumenten Compagnie). De Nedinsco fabriek werd net over de Nederlandse grens, in de stad Venlo, gebouwd. Dit maakte het mogelijk de productielijn van nieuw ontwikkelde en gespecialiseerde optica voort te zetten. Tijdens WOII werden de archieven van Nedinsco grotendeels verwoest door branden veroorzaakt door luchtaanvallen. Wat nog overbleef ging verloren in een tweede catastrofe, namelijk een overstroming van de Maas. Door deze reeks gebeurtenissen ging de geschiedenis van de Fernkamera 3M grotendeels verloren, waardoor het een zeldzaam artefact is geworden waar nog weinig van bekend is.

Sarah Joy Zwarts


“Via de herinnering aan haar grootvader laat Sarah Joy Zwarts (NL, 1987) ons afdalen in de ondergrondse wereld van een steenkoolmijn waar hij beroepshalve aan verbonden was. Ooit vervulde hij zijn legerdienst in Nederlands-Indië - een ervaring die een rode draad in zijn leven blijft en waarvan enkele souvenirs aan herinneren. Helaas blijft zijn droom om tropische plantkunde te studeren onvervuld. Bestaat daarvoor een surrogaat? Is steenkool niet het residu van oerbossen die tijdens het Carboon, meer dan 300 miljoen jaar geleden, samengeperst raakten? Zwarts omschrijft de mijn als ‘jardins coulés’ of verzonken tuinen en maakt van haar grootvaders bestaan een knooppunt tussen het Indische regenwoud en het ontstaan van steenkool. Op die manier worden haar kunstwerken een dialoog die zowel miljoenen jaren overbrugt als ver uit elkaar gelegen topografieën met elkaar verbindt. Dit uitdagend vertelperspectief is gestoeld op lacunes op voorvaderlijk en paleontologisch vlak wat een interessante speculatieve ruimte biedt aan de visualisatie ervan.”

(citaat Stef Van Bellingen uit Het Verzonkene)

Binnen haar project verbindt Zwarts op contentieuze wijze de geschiedenis van haar grootvader met het Carboon. Door haar eigen inzichten toe te voegen, voegt ze nog een derde tijdsperiode, namelijk het heden, er aan toe. Haar grootvader overleed toen Zwarts nog jong was en via dit artistieke project poogt ze inzage te krijgen in dit voor haar onbekende deel van de familiegeschiedenis. Er zijn objecten uit zijn tijd in Nederlands-Indië (nu: Indonesië) en brieven van recenter aard die als aanknopingspunt dienen. Deze korte tijd in de toenmalige Nederlandse kolonie is bepalend geweest voor het leven van haar grootvader.

Vertrekkend vanuit deze beperkte informatie creëert Zwarts de artistieke ruimte om te onderzoeken, te verbinden en te plaatsen. Er ontvouwen zich series van aquarellen, waarbinnen de werken soms onderling maar weinig verschillen. De series helpen Zwarts naar het zoeken van de verbinding tussen de verschillende elementen. Het medium geeft haar de mogelijkheid van komen en gaan, verschijnen en verdwijnen en het samenvloeien van voor- en achtergrond. Elementen die niet alleen typisch zijn voor dit medium, maar ook voor tijd en herinnering, waar lagen en tijden ook veranderen, samenvloeien en tot een nieuw geheel verworden.

De kracht van haar werk zit in de eenvoudige lijkende afbeeldingen met een archetypische klaarheid. Vaak zijn ze monochroom en met een enkele plant, noot, bast, zaadkegel of exotisch object. Ze lijken snel neergezet, waarbij binnen een serie aquarellen van hetzelfde onderwerp vaak alleen degene worden getoond waar de toets, compositie, lijn en kleur juist is. Daardoor ontstaat een openheid tussen alle werken, die zorgt voor een onderlinge verbinding. Tijden en geografische locaties worden verbonden en langzaam wordt het verhaal van haar grootvader blootgelegd, gereconstrueerd aan de hand van objecten, brieven en fossielen. Het is geen exacte levensloop, maar een essentie van zijn leven en dromen opgesteld door zijn kleindochter.

Dit jaar verscheen de publicatie Jardins coulés, waarin de volledige tekst van Stef Van Bellingen is opgenomen.

Talentondersteuning Beeldende Kunsten 17-18

C-mine cultuurcentrum, FLACC en VONK slaan de handen in elkaar. Vanaf oktober 2017 kan je opnieuw als professioneel beeldend kunstenaar bij FLACC of C-mine cultuurcentrum terecht voor een maandelijkse workshop. In deze modulaire workshops koppelen we theorie en praktijk aan elkaar en geven we je de tools om zelf aan de slag te gaan. Deze werkmomenten variëren van technische, administratieve tot inhoudelijke ondersteuning.
Meer info

Oproep Werkplaatsproject

De oproep voor een werkplaatsproject is open voor alle beeldende kunstenaars. Door de diversiteit van onze werkplaatsen is de oproep voor projecten in diverse media en disciplines. Projecten met aandacht voor artistieke arbeid, die de kunstenwerkplaats bevragen of projecten met een nadruk op experiment, hebben onze voorkeur. De werkperiode is 3 maanden fulltime of ongeveer 90 dagen verdeeld over verschillende periodes in 2018. FLACC biedt, naast technische, inhoudelijk en organisatorische begeleiding, de kunstenaars een accommodatie, een werkplaats, reiskostenvergoeding en een klein productie budget.
Meer info >>