Problemen met het lezen van de nieuwsbrief? Lees online. Problems reading this email? Read online.

FLACC

Joep Vossebeld


Is het mogelijk als kunstenaar het oeuvre van een overleden kunstenaar voort te zetten, als een soort postume samenwerking? Kun je de grammatica van het werk van de ander leren met de juiste spelling, letten op klemtoon, accent en uitspraak? Deze vragen stelde Joep centraal in zijn project rond de Maastrichtse in 2014 overleden kunstenares Ine Schröder. Een project dat tot stand kwam in samenwerking met het Bonnefantenmuseum Maastricht en Maastricht University.

Veel van het werk van Schröder is verloren gegaan. Het waren vaak ruimtevullende installaties van alledaagse bouwmaterialen, die na afloop uit elkaar werden gehaald, om vervolgens gebruikt te worden in nieuwe werken. Behalve een grootschalige installatie van textiel, zijn er vooral kleine slordig gezaagde en ruw beschilderde bouwwerkjes overgebleven, die ze aan vrienden en kennissen gaf. Deze eigenaren passen al jaren met veel zorg op deze werken, ze hangen vaak centraal in huis, en vaak functioneren ze als een soort speel-object: ze lijken gemaakt om in de hand te worden gehouden. Ze getuigen van een lichtheid en daarmee van de positie van Schröder als kunstenaar: niet tegen de kunstwereld, maar een eigenzinnige positie waarin ze zich positioneerde op haar voorwaarden en omringde met vrienden en gelijkgestemden.

Hoe kun je hier als kunstenaar jaren later op verder bouwen? Door in hetzelfde materiaal en stijl nieuwe werken te maken? Of juist denkend vanuit de positie die Schröder innam? Maar brak Schröder haar werken wel echt af? Hergebruikte ze haar materialen, of werkte ze als een nomade die zijn nederzetting neerzet, aanpast aan de omgeving en weer vertrekt? Waar geen overbodige bagage is en intuïtie, lichtheid en toevalligheid een rol spelen. Staat op die manier de wereld niet vol met Ine Schröders en is het dan nog wel zinvol om hier werken (oftewel bagage) aan toe te voegen? “Reis licht,” zei Schröder. Vossebeld besloot om geen nieuwe werken te realiseren en de samenwerking zou moeten gaan over:

"Eenvoudige middelen die het wezen van ruimte en tijd willen doorgronden op zuiver intuïteve wijze, gebruikmakend van materiaal dat in de schuur en de lappenmand ligt opgeslagen: spullen die we gebruiken om ons leven ‘mee op te lappen’, aan te passen en vorm te geven.”
“Maar laten we vooral spreken (zonder ironie) over de kracht dat een kunstwerk kan hebben: Een gesprek tussen twee mensen, van elkaar gescheiden door tijd ruimte."

(citaten Joep Vossebeld)

Het Bonnefantenmuseum overweegt een aantal installaties uit de tentoonstelling aan de collectie toe te voegen. Installaties die gezien kunnen worden als een werk van Vossebeld of een postume samenwerking tussen Vossebeld en Schröder. Heeft Vossebeld dan toch werk geproduceerd?

De gehele tentoonstelling in het Bonnefantenmuseum was te bezoeken tot 26 mei, waarna nog een gedeelte van de tentoonstelling gepresenteerd wordt tot januari 2020. Het bijbehorende archiefboek Uncorrected Proof is alvast in herdruk en sinds 28 mei weer verkrijgbaar.

Curatoren Joep Vossebeld en Paula van den Bosch en met gastbijdragen van Charlotte Lagro, Sophie Johns en Gladys Zeevaarders.

CJ Mahony


CJ Mahony onderzoekt in haar praktijk stabiliteit, tijdelijkheid, de ervaring van ergens in ondergedompeld te worden en het nu-moment. Haar werk varieert van grootschalige interventies tot fragiele, beschouwende modellen en objecten. In haar installatiewerk onderzoekt ze het contrast tussen de dimensies van architectuur en de schaal van het menselijk lichaam. Via sculptuur en assemblage exploreert ze de onderlinge verhoudingen tussen objecten, tijd, macht en geheugen.

In een nieuw project in FLACC onderzoekt ze een aantal herinneringen uit haar kindertijd aan een (vermeende) verzameling stenen die zich op de zolder van haar ouderlijk huis bevond. Hoewel de herinnering heel levendig is, zou ze wel of niet echt kunnen zijn. Het project begon met het onderzoeken hoe herinneringen worden gevormd en veranderen doorheen de tijd. Het omvat de materiële en immateriële aspecten van (nep)stenen.

Er werd een nieuwe reeks objecten gevormd, waaronder keramiek, aquarellen, prenten, houten ‘stenen’, hars en andere materialen, en in steeds wisselende opstellingen geplaatst, die het vloeibare van herinneringen volgen. Langzaam verschoof de aandacht van een persoonlijke, concrete – hoewel subjectieve – herinnering naar meer inzicht in haar persoonlijke geschiedenis, hoe bepaalde handelingen haar leven hebben gevormd en haar werk hebben beïnvloed.

Of zoals Phoebe Blatton schrijft in haar tekst:

Nu sta je ‘in de deuropening en kijk je de kamer in. Er hangt een vreemd licht, dat uit een kier van het raam komt.’ Je beseft dat je al jaren kieren aanbrengt in ruimtes zodat het publiek er nooit echt goed binnen kon kijken. Klemmende deuren en ramen met schietgaten. ‘Huizen en ruimtes en het voorwerp en de opvoering van deze ruimtes die we bewonen en proberen na te leven, in te leven …’ Dit, zeg je, ‘zit in mijn hoofd’.

Jan 25, 2019 – Jan 12, 2020 Bonnefantenmuseum, Maastricht (NL) Joep Vossebeld - Een Postume Samenwerking, Ine Schröder en haar Archief
Mei 25 – Aug 18, 2019 de Warande, Turnhout (BE) Nick Geboers - Ginnungagap

Joep Vossebeld


Is it possible, as an artist, to continue the oeuvre of a deceased artist, as a sort of posthumous collaboration? Can you learn the grammar of the other's work, complete with the right spelling, attention to stress, accent and pronunciation? Joep put these questions at the centre of his project on the Maastricht-based artist Ine Schröder, who died in 2014. A project that came about in collaboration with the Bonnefanten Museum Maastricht and Maastricht University.

Much of Schröder's works have been lost. They were often space-filling installations made up of everyday building materials, which were dismantled afterwards, and then used in new works. Apart from a large-scale installation made of fabrics, there are mainly small sloppily-sawn and roughly-painted structures that she gave to friends and acquaintances. These owners have been taking great care of these works for years, often hanging them in the centre of their houses, where they often function as a kind of play object: they seem to be made to be hand-held. They bear witness to a certain lightness and as such to Schröder's position as an artist: not directed against the art world, but rather assumeing an idiosyncratic position in which she positioned herself on her terms and surrounded herself with friends and like-minded people.

How can you build on this as an artist years later? By creating new works in the same style, using the same materials? Or rather thinking from the position that Schröder assumed? But did Schröder really break down her works? Did she reuse her materials, or did she work like a nomad who sets up her settlement, adapted to the environment and then leaves again? In a place devoid of unnecessary baggage where intuition, lightness and coincidence play a pivotal role. Is in that way the world not filled with Ine Schröders and is it meaningful at all to add works (or baggage) to it? "Travel light," said Schröder. Vossebeld decided not to realize any new works and also felt the collaboration should engage with:

“Simple means that want to fathom the essence of space and time in a purely intuitive way, using material stored in the shed and the rag basket: things that we use to 'patch up', adjust and shape our lives."
"But let us above all talk (without irony) about the power a work of art can have: A conversation between two people, separated by time space."

(Quotes Joep Vossebeld)

The Bonnefanten Museum is considering adding a number of installations from the exhibition to its collection. Installations that can be seen as works by Vossebeld or a posthumous collaboration between Vossebeld and Schröder. Did Vossebeld produce work after all?

The whole of the exhibition in the Bonnefanten Museum could be visited until 26 May, after which only part of it will continue to be presented until January 2020. The accompanying archive book Uncorrected Proof has been reprinted and is available again from 28 May.

Curators of the exhibition are Joep Vossebeld and Paula van den Bosch, with guest contributions by Charlotte Lagro, Sophie Johns and Gladys Seafarers.

CJ Mahony


CJ Mahony’s practice explores stability, impermanence, immersive experience and the present moment. Her work ranges from large scale interventions to fragile speculative models and objects. In her installation work she examines the contrast between the dimensions of architecture and the scale of the human body. Through sculpture and assemblage she explores the interrelationships of objects, time, power and memory.

In a new project at FLACC she researches some of her childhood memories of a (supposed) rock collection that was located in the attic of her parental house. Although the memory is very vivid, it that might or might not be real. The project started researching how memories are formed and changed over time and includes the material and immaterial aspects of (fake) rocks.

A new series of objects, that includes ceramics, watercolours, prints, wooden “rocks”, resin and other materials, were formed and set in ever changing formations, following the fluidity of memories. Slowly the attention shifted from a from a personal concrete, although subjective, memory to a more insight in her personal history, how certain action formed her live and influenced her work.

Or, as Phoebe Blatton states in her text:

Now, you are “in the doorway and looking into the room. There is an odd light in it from the slit of the window.” You realise that for years you’ve been putting slits into spaces so the audience could never quite properly see in. Stuck doors and Arrow-slit windows. “Houses and spaces and the object and performance of these spaces we inhabit and try and live up to, into...” This, you say, “is in my mind.” 

Jan 25, 2019 – Jan 12, 2020 Bonnefantenmuseum, Maastricht (NL) Joep Vossebeld - A Posthumous Collaboration Ine Schröder and her Archive
Mei 25 – Aug 18, 2019 de Warande, Turnhout (BE) Nick Geboers - Ginnungagap