Problemen met het lezen van de nieuwsbrief? Lees online. Problems reading this email? Read online.

FLACC

Nick Geboers


Nick Geboers (1987) woont en werkt in Balen, België. In 2012 behaalde hij zijn Bachelor in fotografie aan de Sint-Lukas Hogeschool voor Kunst en Wetenschap te Brussel. Daarna behaalde hij zijn Master in de Beeldende Kunsten Fotografie aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen in 2014. Momenteel werkt hij aan het onderzoeksproject How To Hunt With The Camera van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen met de steun van FLACC.

Gefascineerd door de rijke geschiedenis van het fotografisch medium exploreert Geboers deze van het functionele tot het esthetische. In de eerste plaats is hij een beeldenmaker die een uitgebreid scala aan fotografische instrumenten en technieken aanwendt. Hij is ook een verzamelaar van negatieven die ooit werden gemaakt voor wetenschappelijke of beschrijvende doeleinden, maar die nu - wanneer hun context is verdwenen - raadselachtige artefacten zijn.
Nick Geboers combineert zijn eigen foto's met gevonden beelden in visuele constellaties die een brede waaier van mogelijke lezingen oproepen. Diverse fotografische tradities en hun visuele specificiteit suggereren verschillende verhalen. Door te balanceren tussen de positie van archeoloog en beeldend kunstenaar begeeft hij zich in een vrije ruimte tussen de harde en de zachte wetenschappen, in de hoop concrete feiten en poëtische waarheden aan het licht te brengen.

How To Hunt With The Camera verwijst naar een in 1926 door William Nesbit gepubliceerd boek. In zijn inleiding beschrijft de auteur een dag uit zijn jeugd, die hij doorbracht op de boerderij van zijn grootvader. Op deze bepaalde dag schoot hij twee eenden. De eerste was meteen een voltreffer. De tweede eend vloog weg, maar toen hij merkte dat zijn/haar partner gekwetst was, kwam deze laatste terug om hulp te bieden. Dit kwam de jager goed uit en schoot de tweede eend. Later in zijn leven begreep de auteur dat de eend medelijden en trouw had getoond. Telkens wanneer William Nesbit zich deze gebeurtenis herinnert, betreurt hij dat hij beide eenden heeft gedood. Aan het einde van deze introductie stelt hij voor om vuurwapens in te ruilen voor camera’s. Het boek beschrijft op verrassend veel manieren hoe de camera kan worden gebruikt om de natuur te fotograferen. Vandaag, na bijna 100 jaar technologische en visuele vooruitgang, is How To Hunt With The Camera nog steeds een bron van inspiratie.

Eén camera waar Nick Geboers in het bijzonder in is geïnteresseerd is de Fernkamera 3M*: een militair apparaat ontwikkeld tijdens WOI. De meest bijzondere eigenschap is het objectief dat een brandpuntsafstand van drie meter heeft. Hierdoor kon men strategische punten tot op een afstand van 20 km ver observeren. Het toestel werd uitsluitend gebruikt door het leger, wat maakt dat andere beeldtoepassingen van deze grootformaat-camera geheel onontgonnen zijn. Door een dergelijk instrument te ontleden, te reconstrueren en te gebruiken wil Nick Geboers de complexe relatie tussen bediener, apparaat en onderwerp onderzoeken.

*Carl Zeiss Jena begon in 1914 aan het ontwerp van de lens en de behuizing. Na de Eerste Wereldoorlog, na het verdrag van Versailles, was het Duitsland niet langer toegestaan om militaire uitrusting te produceren. Om deze wet te omzeilen, stichtte Carl Zeiss Jena het dochterbedrijf Nedinsco (Nederlandse Instrumenten Compagnie). De Nedinsco fabriek werd net over de Nederlandse grens, in de stad Venlo, gebouwd. Dit maakte het mogelijk de productielijn van nieuw ontwikkelde en gespecialiseerde optica voort te zetten. Tijdens WOII werden de archieven van Nedinsco grotendeels verwoest door branden veroorzaakt door luchtaanvallen. Wat nog overbleef ging verloren in een tweede catastrofe, namelijk een overstroming van de Maas. Door deze reeks gebeurtenissen ging de geschiedenis van de Fernkamera 3M grotendeels verloren, waardoor het een zeldzaam artefact is geworden waar nog weinig van bekend is.

Sarah Joy Zwarts


“Via de herinnering aan haar grootvader laat Sarah Joy Zwarts (NL, 1987) ons afdalen in de ondergrondse wereld van een steenkoolmijn waar hij beroepshalve aan verbonden was. Ooit vervulde hij zijn legerdienst in Nederlands-Indië - een ervaring die een rode draad in zijn leven blijft en waarvan enkele souvenirs aan herinneren. Helaas blijft zijn droom om tropische plantkunde te studeren onvervuld. Bestaat daarvoor een surrogaat? Is steenkool niet het residu van oerbossen die tijdens het Carboon, meer dan 300 miljoen jaar geleden, samengeperst raakten? Zwarts omschrijft de mijn als ‘jardins coulés’ of verzonken tuinen en maakt van haar grootvaders bestaan een knooppunt tussen het Indische regenwoud en het ontstaan van steenkool. Op die manier worden haar kunstwerken een dialoog die zowel miljoenen jaren overbrugt als ver uit elkaar gelegen topografieën met elkaar verbindt. Dit uitdagend vertelperspectief is gestoeld op lacunes op voorvaderlijk en paleontologisch vlak wat een interessante speculatieve ruimte biedt aan de visualisatie ervan.”

(citaat Stef Van Bellingen uit Het Verzonkene)

Binnen haar project verbindt Zwarts op contentieuze wijze de geschiedenis van haar grootvader met het Carboon. Door haar eigen inzichten toe te voegen, voegt ze nog een derde tijdsperiode, namelijk het heden, er aan toe. Haar grootvader overleed toen Zwarts nog jong was en via dit artistieke project poogt ze inzage te krijgen in dit voor haar onbekende deel van de familiegeschiedenis. Er zijn objecten uit zijn tijd in Nederlands-Indië (nu: Indonesië) en brieven van recenter aard die als aanknopingspunt dienen. Deze korte tijd in de toenmalige Nederlandse kolonie is bepalend geweest voor het leven van haar grootvader.

Vertrekkend vanuit deze beperkte informatie creëert Zwarts de artistieke ruimte om te onderzoeken, te verbinden en te plaatsen. Er ontvouwen zich series van aquarellen, waarbinnen de werken soms onderling maar weinig verschillen. De series helpen Zwarts naar het zoeken van de verbinding tussen de verschillende elementen. Het medium geeft haar de mogelijkheid van komen en gaan, verschijnen en verdwijnen en het samenvloeien van voor- en achtergrond. Elementen die niet alleen typisch zijn voor dit medium, maar ook voor tijd en herinnering, waar lagen en tijden ook veranderen, samenvloeien en tot een nieuw geheel verworden.

De kracht van haar werk zit in de eenvoudige lijkende afbeeldingen met een archetypische klaarheid. Vaak zijn ze monochroom en met een enkele plant, noot, bast, zaadkegel of exotisch object. Ze lijken snel neergezet, waarbij binnen een serie aquarellen van hetzelfde onderwerp vaak alleen degene worden getoond waar de toets, compositie, lijn en kleur juist is. Daardoor ontstaat een openheid tussen alle werken, die zorgt voor een onderlinge verbinding. Tijden en geografische locaties worden verbonden en langzaam wordt het verhaal van haar grootvader blootgelegd, gereconstrueerd aan de hand van objecten, brieven en fossielen. Het is geen exacte levensloop, maar een essentie van zijn leven en dromen opgesteld door zijn kleindochter.

Dit jaar verscheen de publicatie Jardins coulés, waarin de volledige tekst van Stef Van Bellingen is opgenomen.

Talentondersteuning Beeldende Kunsten 17-18

C-mine cultuurcentrum, FLACC en VONK slaan de handen in elkaar. Vanaf oktober 2017 kan je opnieuw als professioneel beeldend kunstenaar bij FLACC of C-mine cultuurcentrum terecht voor een maandelijkse workshop. In deze modulaire workshops koppelen we theorie en praktijk aan elkaar en geven we je de tools om zelf aan de slag te gaan. Deze werkmomenten variëren van technische, administratieve tot inhoudelijke ondersteuning.
Meer info

Sep 16 – Nov 19, 2017 De Warande, Turnhout (BE) Kempenatlas - met oa Karl Philips, Chloé Dierckx, Sofie Van der Linden

Nick Geboers


Nick Geboers (BE, 1987) lives and works in Balen, Belgium. In 2012 he received his BFA in Photography from Sint Lukas Higher College for Arts and Science in Brussels. He went on to The Royal Academy of Fine Arts in Antwerp where he obtained his MFA in Photography in 2014. He is currently working on the research project How To Hunt With The Camera, at The Royal Academy of Fine Arts, Antwerp and supported by FLACC.

As an image-seeker fascinated by its rich history, he is excavating the photographic medium from the functional to the aesthetic. First and foremost an image maker, he deploys an extensive variety of photographic instruments and techniques. He is also a collector of negatives that were once made for scientific or descriptive purposes but which appear now - when their context has been lost - as enigmatic artefacts.
Nick Geboers combines his own photographs and acquired images in visual constructions, provoking a wide gamut of possible readings. Diverse photographic traditions and their visual specificity suggest different narratives. Balancing between the position of an archaeologist and a visual artist allows him to work in a free space between hard and soft sciences, hoping to find concrete facts and poetic truths.

How To Hunt With The Camera refers to a book published in 1926 by William Nesbit. In his introduction, the author reminisces about a day spent on his grandfathers’ farm. On this particular day he shot two ducks. The first one was a direct hit. The second duck took off, but after noticing its partner was hurt, came back to offer help. This served the hunter well as he managed to shoot the second duck. Later in his life, the author recognised that the duck had shown compassion and loyalty. Every time William Nesbit recalls this event, he regrets having killed both ducks. At the end of this introduction he proposes to exchange guns for cameras and the book describes - in surprisingly many ways - how to apply the camera to photograph nature. Today, after nearly 100 years of technological and visual advancements, How To Hunt With The Camera still serves as an inspiration.

One particular camera Nick Geboers is interested in is the Fernkamera 3M*: a military apparatus developed during WWI. With a focal length of 3 meters, it was used to observe strategic points in the distance up to 20km far. It was exclusively owned and used as a surveillance instrument by the military, so other pictorial applications of this large format camera are left unexplored.
By interpreting, rebuilding and using such an instrument, Nick Geboers wants to research the complex relation between operator, apparatus and the subject.

*Carl Zeiss Jena started working on the design of the lens and housing in 1914. After WWI, following the treaty of Versailles, Germany was not longer allowed to produce military equipment. To bypass this law, Carl Zeiss Jena founded the company Nedinsco (Nederlandse Instrumenten Compagnie) as a subdivision. The Nedinsco factory was built just across the Dutch border, in the city of Venlo. This allowed the continuation of its production line of newly developed and specialised optics.
During WWII The Nedinsco archives were largely destroyed by fires caused by air raids. Whatever remained was lost in a second catastrophe, a flood of the river Maas. This series of events obscure the history of the Fernkamera 3M, making it a rare artefact on which little is known.

Sarah Joy Zwarts


Through the memory of her grandfather, Sarah Joy Zwarts (NL, 1987) takes us into the underground world of the coalmine, a world he was professionally connected with. At one time, he completed his military service in the Dutch East Indies - an experience that remains a constant in his life and whose memory is kept in a few souvenirs. His dream to study tropical botany, however, remains unfortunately unfulfilled. Is there a surrogate for it? Is coal not the residue of primeval forests that collapsed during the Carboniferous more than 300 million years ago? Zwarts describes the mine as 'jardins coulés' or sunken gardens and turns her grandfather's existence into a point of connection between the Indonesian rainforest and the formation of coal. In this way, her works become a dialog that spans millions of years and connects distant topographies. This challenging narrative perspective is based on chasms on an ancestral and paleontological level, which provide an interesting speculative space with respect to its visualization.

(quote from Het Verzonkene by Stef Van Bellingen)

In her project, Zwarts links – in a contentious manner – the history of her grandfather to the Carboniferous period. By including her own insights, she adds a third time period, namely the present. Her grandfather died when Zwarts was young and through this artistic project she aims to connect with that part of the family history that remains unknown to her. There are objects from his time in the Dutch East Indies (now Indonesia) and more recent letters that function as linking factors. The short time spent in the then Dutch colony was a very determining period in the life of her grandfather.

Setting out from this limited information, Zwarts creates an artistic space from which to explore, connect, and place. Series of watercolors unfold, often with very few differences among the various works. The production of series helps Zwarts in her search for the link between different elements. The medium gives her the possibility of coming and going, appearing and disappearing and the blending of foreground and background. These elements are not only typical for this particular medium, but also for time and memory, in which layers and time periods change, blend together, and form a new whole.

The power of her work lies in the simple-looking images that evince an archetypal clarity. Often they are monochrome and consist of a single plant, nut, bark, seed cone, or exotic object. They seem quickly executed, and often only one work is shown from a particular series of watercolors on the same subject, namely the one with the most optimal brushwork, composition, line, and color. This creates an openness between all the works, and a sense of mutual connection. Times and geographic locations are connected and slowly the story of her grandfather is uncovered, reconstructed by means of objects, letters and fossils. It is, rather than the exact rendition of a life, an essence of his life and dreams, evoked by his granddaughter.

The publication Jardins coulés, in which the entire text by Stef Van Bellingen is included, is appeared this year.

Sep 16 – Nov 19, 2017 De Warande, Turnhout (BE) Kempenatlas - with Karl Philips, Chloé Dierckx, Sofie Van der Linden ao